factograf
NL

Duits schrijver (1884-1958)

Lion Feuchtwanger

Lion Feuchtwanger

Key facts

geboortedatum7 juli 1884
overlijdensdatum21 december 1958
opleiding gevolgd aanLudwig Maximilians-universiteit
beroepschrijver, toneelschrijver, vertaler
geboorteplaatsMünchen
overlijdensplaatsLos Angeles
huwelijkspartnerMarta Feuchtwanger
onderscheidingNationalpreis der DDR
genreproza
beschreven door bronGrote Sovjetencyclopedie (1969–1978)
All data from the card 19
Geboortedatum
7 juli 1884
Geboorteplaats
München
Overlijdensdatum
21 december 1958
Overlijdensplaats
Los Angeles
Doodsoorzaak
maagkanker
Begraafplaats
Woodlawn Memorial Cemetery
Wijze van overlijden
natuurlijke dood
Beroep
schrijver, toneelschrijver, vertaler, journalist, literatuurcriticus, theatercriticus
Werkplaats
München, Berlijn, Pacific Palisades
Bekende werken
Jew Süss, Die Geschwister Oppermann, Die Jüdin von Toledo, Josephus-Trilogie, Goya
School/universiteit
Ludwig Maximilians-universiteit, Humboldtuniversiteit van Berlijn, Wilhelmsgymnasium
Genre
proza
Echtgenoot
Marta Feuchtwanger
Broers en zussen
Ludwig Feuchtwanger, Martin Feuchtwanger, Berthold Feuchtwanger
Etniciteit
Joden
Talen
Duits
Prijzen en onderscheidingen
Nationalpreis der DDR, Literary Prize of the State Capital of Munich (1957)
Nominaties
Nobelprijs voor de Literatuur (1930), Nobelprijs voor de Literatuur (1955), Nobelprijs voor de Literatuur (1956), Nobelprijs voor de Literatuur (1957)
Archieflocatie(s)
University of Southern California Libraries

Lion Feuchtwanger (München, 7 juli 1884 – Los Angeles, 21 december 1958) was een Duitse schrijver en theatercriticus. Hij heeft talrijke boeken geschreven.

Begin carrière

Feuchtwanger groeide op in een gegoed burgerlijk milieu. Zijn vader Sigmund was fabrikant. Hij begon na zijn studie germanistiek en geschiedenis in München en Berlijn als theatercriticus bij Die Weltbühne. In 1908 richtte hij zijn eigen tijdschrift Der Spiegel op. In 1925 verschijnt zijn roman Jud Süß, dat al in 1918 als theaterstuk geschreven was. In dit werk thematiseert Feuchtwanger de assimilatiemogelijkheden voor Joden in Duitsland aan de hand van de levensgeschiedenis van Joseph Süß Oppenheimer, de joodse adviseur van de hertog van Württemberg aan het einde van de 18e eeuw. Maar hij refereerde er ook tamelijk eenduidig aan de Duits-Joodse zakenman en politicus Walther Rathenau.

Jaren '30

De machtsovername van 1933 door de nazi's, terwijl hij op rondreis door de Verenigde Staten was, verraste Feuchtwanger. De nazipropaganda-minister Joseph Goebbels gunde hem de twijfelachtige eer van de verfilming van zijn roman Jud Süß, maar wel voorzien van een antisemitische strekking. Vanwege zijn Joodse afkomst besloot hij niet naar Duitsland terug te keren, maar in plaats daarvan naar Frankrijk te gaan. In zijn boek Exil (1939) wordt zijn hoofdrolspeler, een voor de nazi's gevluchte Duitse componist, geconfronteerd met de politieke gevolgen van diens apolitieke houding.

Asiel in de VS

In 1940 werd Feuchtwanger alsnog in Frankrijk gearresteerd; hij werd daarop geïnterneerd. Het lukte hem echter om via Portugal naar de VS te vluchten, waar hij tot zijn dood zou leven. Onder de indruk van zijn ervaringen voor en tijdens oorlog, bekeerde Feuchtwanger zich steeds duidelijker tot het socialisme. In de VS richtte hij met Wieland Herzfelde, Bertolt Brecht, Ernst Bloch en Heinrich Mann de Aurora-uitgeverij op, die aan voor de nationaalsocialisten gevluchte Duitse auteurs een platform wilde bieden.

Naoorlogse periode

De Aurora-Uitgeverij verkocht alle rechten aan de Aufbau-Uitgeverij in de DDR (1948). In hetzelfde jaar komt Feuchtwanger in het vizier van de FBI wegens (vermeende) communistische sympathieën. De Amerikaanse overheid weigerde zijn aanvraag voor het Amerikaanse staatsburgerschap. Feuchtwanger werd door Joseph McCarthy van onvaderlands en communistisch gedrag beticht.

In het boek Goya oder der arge Weg der Erkenntnis (1951) schrijft Feuchtwanger over het leven van Francisco Goya. In dit boek worden de werken van Goya aan de hand van zijn biografie uitgelegd. De intentie van de schrijver was het schrijven van een roman, en niet een biografie. Daarom zou dit boek ook als roman gezien worden. De gebeurtenissen, zowel biografische als historische, kunnen niet gezien worden als feiten. Toch biedt dit boek, voor diegene die bekend is met de werken van Goya, een spannend en goed geschreven overzicht van Goya's werken, en misschien een inzicht in de motivatie voor zijn 'Caprichos' en 'donkere schilderijen'. Daarbij is het opvallend dat de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, die Goya zo indringend heeft weergegeven in zijn Desastres de la Guerra, niet ter sprake komt in dit boek.

Publicaties (selectie)

  • Die häßliche Herzogin, 1923 (De lelijke hertogin, 2009; De leelijke hertogin, 1928)
  • Jud Süss, 1925 (De jood Süss, vert. Hermien Manger en Nils Buis, 2025; Macht (Süss, de jood), 1927)
  • Erfolg, 1930 (Succes, vert. Anthonie Donker, 1930, herzien 2012)
  • Der jüdische Krieg, 1932 (De jood van Rome, vert. van Nico Rost 1932)
  • Die Geschwister Oppermann, 1933 (De erven Oppermann, vert. Beate Keizer-Zilversmidt, 2015; De Oppenheims. Roman, 1934, vert. door Nico Rost)
  • Die Söhne, 1935 (De zonen, vert. door Nico Rost 1935)
  • Der falsche Nero, 1936 (De valsche Nero, vert. door Nico Rost 1937)
  • Moskau 1937, 1937 (verslag van reis door Sovjet-Unie, onder meer van de Moskouse Processen)
  • Exil, 1939
  • Der Tag wird kommen, 1945
  • Goya oder der arge Weg der Erkenntnis, 1951 (Het heilige vuur. Goya en zijn tijd), 1962)
  • Die Jüdin von Toledo, 1955 (De jodin van Toledo, vert. N.G. Hazdelhoff, 1962)
  • Die Brüder Lautensack, 1956 (De man die de toekomst zag, 1962)
  • Jefta und seine Tochter, 1957 (Jefta en zijn dochter, 1958)

Voetnoten

Read next

In 49 languages

Text from Wikipedia, CC BY-SA 4.0 · Source article