De vaatplanten (wetenschappelijke naam Tracheophyta, soms Tracheobionta) zijn landplanten (Embryophyta) met vaatbundels, een transportsysteem voor water.
De benaming hogere planten geldt nog altijd als aanduiding voor de vaatplanten. Tot de vaatplanten worden alle polysporangiate embryophyten (oude naam: Cormophyta) gerekend, met uitzondering van de monosporangiate mossen, levermossen en hauwmossen.
Het voornaamste transport in deze planten vindt in twee richtingen plaats met:
- xyleem dat water en de daarin opgeloste mineralen naar het blad toe transporteert.
- floëem dat assimilaten vanuit het blad naar de andere delen van de plant transporteert of vanuit de opslagweefsels naar de groeiende delen van de plant, zoals bij het uitlopen van een boom.
Taxonomie
Fylogenetische stamboom van de Embryophyta
naar Holt & Iudica
naar Holt & Iudica
- Embryophyta (landplanten)
- Marchantiophyta (Stotler & Crandall-Stotler 1977) (→ mossen, bryofyten s.l.)
- Haplomitriopsida
- Treubiidae
- Haplomitriidae
-
- Marchantiopsida
- Blasiidae
- Marchantiidae
- Jungermanniopsida
- Jungemanniidae
-
- Peliidae
- Metzgeriidae
-
- Bryophyta (Schimper 1836) (→ mossen, bryofyten s.l.)
-
-
- Andreaeaobryopsida
- Andreaeopsida
-
- Polytrichopsida
-
- Tetraphidopsida
-
- Buxbaumiopsida
- Bryopsida
-
-
- Anthocerotophyta (Stotler & Crandall-Stotler 1977) (→ mossen, bryofyten s.l.)
- Tracheophyta, vaatplanten
- † Rhyniophyta (Banks 1975) (→ pterofyten)
-
-
- † Stam Zosterophyllophyta (Banks 1975) (→ pterofyten)
- Stam Lycopodophyta (Cronquist & al. 1966) (→ pterofyten)
-
- † Stam Trimerophytophyta (Banks 1975) (→ pterofyten)
- Euphyllophyta (Kenrick & Crane 1997)
- † Klasse Cladoxylidopsida
-
- † Klasse Coenopteridopsida
-
- Stam Pteridophyta (Schimper 1879), varens
- Lignophyta
- † Orde Aneurophytales (→ progymnospermofyten)
-
-
- † Orde Protopityales (→ progymnospermofyten)
- † Orde Archaeopteridales (→ progymnospermofyten)
- Spermatophyta, zaadplanten
- † Klasse Lyginopteridopsida (→ zaadvarens)
-
- † Klasse Medullosopsida (→ zaadvarens)
-
- † Klasse Callistophytopsida (→ zaadvarens)
-
- Klasse Cycadopsida (→ naaktzadigen)
-
- † Klasse Peltaspermopsida (→ zaadvarens)
-
-
- Stam Ginkgophyta (→ naaktzadigen)
-
-
-
- † Klasse Caytoniopsida (→ zaadvarens)
- † Stam Cycadeoidophyta (→ naaktzadigen)
- Stam Angiospermophyta (Berry 1915), bedektzadigen
- basale 'angiosperms'
-
-
-
-
- niet-monofyletische groep
- (→ behoort tot de...) wordt ook gerekend tot een polyfyletische groep
Heukels
In de 23e druk van de Heukels worden de Nederlandse vaatplanten ingedeeld in 3 klassen:
klasse Lycopsida (wolfsklauwen)
- orde Lycopodiales
- familie Lycopodiaceae (wolfsklauwfamilie)
- orde Isoetales
- familie Isoetaceae
klasse Pteropsida (varens en paardenstaarten)
- orde Ophioglossales
- familie Ophioglossaceae (addertongfamilie)
- orde Filicales
- familie Equisetaceae (paardenstaartfamilie)
- familie Osmundaceae (koningsvarenfamilie)
- familie Salviniaceae (vlotvarenfamilie)
- familie Marsileaceae (pilvarenfamilie)
- familie Dennstaedtiaceae (adelaarsvarenfamilie)
- familie Pteridaceae (lintvarenfamilie)
- familie Polypodiaceae (eikvarenfamilie)
- familie Dryopteridaceae (niervarenfamilie)
- familie Blechnaceae (dubbellooffamilie)
- familie Onocleaceae (bolletjesvarenfamilie)
- familie Aspleniaceae (streepvarenfamilie)
- familie Thelypteridaceae (moerasvarenfamilie)
- familie Athyriaceae (wijfjesvarenfamilie)
klasse Spermatopsida (zaadplanten)
- orde Coniferales (coniferen)
- familie Pinaceae (dennenfamilie)
- familie Cupressaceae (cipresfamilie)
- familie Taxaceae (taxusfamilie)
clade Bedektzadigen (APG II: angiosperms)
- 'orde' ANITA groep
- familie Nymphaeaceae (waterleliefamilie)
- clade Eenzaadlobbigen (APG II: monocots)
- Commeliniden (APG II: commelinids)
- orde Ceratophyllales
- familie Ceratophyllaceae
- clade Magnoliiden (APG II: magnoliids)
- clade 'Nieuwe' tweezaadlobbigen (APG II: eudicots)
- Primitieve tweezaadlobbigen:
- orde Ranunculales
- orde Proteales
- orde Buxales
- clade Geavanceerde Tweezaadlobbigen (APG II: core eudicots)
Opmerkingen
- De ANITA-groep wordt in de Heukels aangemerkt als orde, maar daar wordt geen formele naam bijgeleverd. Het is hier niet duidelijk of het geen parafyletische groep is.
- De "primitieve tweezaadlobbigen" lijkt een gemaksterm voor een parafyletische groepering
| Historische namen van verschillende groepen in het "Plantenrijk" | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Thallophyta, lagere planten Arrhizophyta |
Cryptogamae sporenplanten |
Prokaryoten, Protophytae, Schizophyta, Monera |
Bacteria | ||
| Algen s.l. | Cyanophyta | ||||
| thallofyten zonder archegonia |
Algae s.s. | ||||
| Fungi s.s. | Fungi, schimmels | ||||
| Lichenes | |||||
| Cormophyta Embryophyta Plantae s.s. |
Archegoniatae | Bryophyta s.l. Astelocormophyta |
Hepaticae, Marchantiophyta | ||
| Musci, Bryophyta s.s. | |||||
| Anthocerotae, Anthocerotophyta | |||||
| Tracheophyta vaatplanten hogere planten Rhizophyta Stelocormophyta |
Vaatcryptogamen Pterophyta, Filices |
Lycophyta Lycopodiopsida | |||
| Monilophyta, Pteridophyta s.s. | |||||
| Phanerogamae, fanerogamen |
Spermatofyta Lignophyta |
Gymnospermae | |||
| Angiospermae Anthophyta |
Monocotyledonae | ||||
| Dicotyledonae | |||||
Bronnen, noten en/of referenties