Mesohippus is een geslacht van uitgestorven zoogdieren, dat voorkwam in het Midden-Oligoceen. Het was een voorouder van het paard, die vijfentwintig tot veertig miljoen jaar geleden in Noord-Amerika leefde tijdens het Oligoceen.
Naamgeving
Het geslacht werd in 1875 benoemd door Othniel Charles Marsh. De naam betekent "middenpaard", als schakel in de evolutie. Marsh hernoemde Palaeotherium bairdii Leidy 1850.
Kenmerken
Met een gemiddelde schouderhoogte van ongeveer zestig centimeter was Mesohippus aanzienlijk groter dan zijn voorganger Hyracotherium. Dit was met name te danken aan zijn aanzienlijk langere benen dan zijn voorganger Eohippus, evenals het verlies van het krom rugprofiel van Hyracotherium. Mesohippus had op dit punt nog geen hoven ontwikkeld, maar had nog steeds voetkussens zoals te zien bij Hyracotherium en Orohippus. Het gewicht wordt geschat op ongeveer vierendertig kilogram. Het dier had nog drie tenen op de achterpoten, maar nu ook drie vingres op de voorpoten met de middelste teen uitstekend. Het gezicht van Mesohippus was langer en groter dan bij eerdere paarden. Het had een lichte gezichtsfossa of verlaging in de schedel. De ogen waren ronder en stonden verder uit elkaar en verder terug dan bij Hyracotherium. Bovendien vormden zich snijtanden die het mogelijk maakten om hardere grassen te eten. De schedel toont een uitdieping, die werd behouden bij latere paardachtigen. Deze aanpassingen suggereren een verandering in de habitat. Het vochtige klimaat tijdens de Hyracotherium-periode werd droger en geleidelijk ontstond een meer open steppeachtig landschap met struiken, struikgewas en kleinere struiken, die Mesohippus gebruikte als voedselbasis.
In tegenstelling tot eerdere paarden, waren de tanden laag gekroond en bevatten ze een enkele opening achter de voortanden, waar het bit nu rust bij het moderne paard. Bovendien had het nog een extra kies, waardoor het in totaal zes was. Mesohippus was een grazer die zich voedde met tedere twijgen en fruit. De grote hersenen en de schedelholte waren aanzienlijk groter dan die van zijn voorgangers. Zijn brein was vergelijkbaar met dat van moderne paarden.
Levenswijze
Dit dier had de bossen verlaten en leefde op het open land, waar het vermogen ontwikkeld werd om te rennen en te draven. Zijn voeding bestond vooral uit blaadjes van struiken en lage bomen.
Vondsten
Resten van dit dier werden gevonden in Noord-Amerika.
Soorten
- M. bairdii
- M. barbouri
- M. braquistylus
- M. equiceps
- M. hypostylus
- M. intermedius
- M. latidens
- M. longiceps
- M. metulophus
- M. montanensis
- M. obliquidens
- M. proteulophus
- M. westoni
Afbeeldingen
Literatuur
- D. Palmer, B. Cox, B. Gardiner, C. Harrison & J.R.G. Savage (2000) - De geïllustreerde encyclopedie van dinosauriërs en prehistorische dieren, Köneman, Keulen. ISBN 3 8290 6747 X
Noten
- Mesohippus in de Paleobiology Database
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Mesohippus op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Mesohippus op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
