De Hemelbeek is een beek in Nederlands Zuid-Limburg in de gemeentes Meerssen en Stein. De beek ligt tussen Geulle en Elsloo op de rechteroever van de Maas en heeft een lengte van ruim twee kilometer.
Ligging


De beek ligt op de noordwestelijke helling van het Centraal Plateau in de overgang naar het Maasdal. De bron van de beek ligt ten noordwesten van Hussenberg op de helling in het Bunderbos, ten oosten van de spoorlijn Maastricht - Sittard. De beek stroomt eerst in noordwestelijke richting en vlak voor de spoorlijn monden de Armsterbeek en Poortlossing uit in de beek. Na deze uitmonding stroomt de Hemelbeek onder de spoorlijn door een lange duiker die voorzien is van een voetpad. Na nog eens 200 meter in noordwestelijke richting gestroomd te hebben buigt ze bij het Julianakanaal af in noordelijke richting en vervolgt haar weg aan de voet van de helling tot aan Kasteel Elsloo. Onderwijl monden respectievelijk de Woudbeek, Hussebeek, Medammerweidebeek en Slakbeek uit in de Hemelbeek. Daarna stroomt het water via een omstreeks 1929 aangelegde duiker onder het Julianakanaal door om vrijwel direct daarna in de Maas te vloeien.
De huidige loop van de Hemelbeek is in belangrijke mate door waterstaatkundige ingrepen bepaald. De aanleg van de spoorlijn Maastricht–Venlo in de jaren 1860 veranderde de afwatering van de bronbeken op de Maasdalhelling; later wijzigde ook de aanleg van het Julianakanaal de benedenloop en monding. Water uit verschillende bronlopen werd daarbij gebundeld en via gegraven waterlopen en duikers afgevoerd.
Zijbeken
Beken die uitmonden in de Hemelbeek (van noord naar zuid op punt van samenvloeiing):
Etymologie
Het woord hemel komt van heimael wat rechtsgebied betekent. Het riviertje vormde ooit de grens tussen de rechtsgebieden van Elsloo en Geulle.
Geschiedenis
Oorspronkelijk bestond het stelsel uit verschillende bronbeken. De Materbergbeek stroomde via de Materbergmolen naar de Maasbeemden; noordelijker kwam de Roeschert erbij, waarna de beek in lokale historische bronnen als Heymelbeek wordt aangeduid. Een deel van de oude bedding is ten westen van het Julianakanaal nog in het reliëf herkenbaar.
In de negentiende eeuw werd de beek gekanaliseerd en naar de Wiert, de kasteelvijver, geleid. De spoorlijn Maastricht–Venlo, die in 1865 in gebruik werd genomen, had grote invloed op het bekensysteem en de afvoer van grondwater uit de helling. De Hemelbeek wordt bij de spoorlijn samen met een wandelpad door een lange gemetselde duiker onder het spoortalud geleid.
Bij een reconstructie van de spoorlijn werd omstreeks 1928 aan de oostzijde van het spoor de Poortlossing gegraven om uittredend grondwater af te vangen. Het daarbij vrijgekomen materiaal werd aan de westzijde van het spoor, aan weerszijden van de Hemelbeek, naar zand en grind gescheiden gestort. Zo ontstonden de plaatselijk als Zandberg en Kiezelberg bekende verhogingen, met de beek in de laagte ertussen.
In 1995 werd een deel van de eerder gekanaliseerde bedding ten westen van de spoorlijn opnieuw ingericht, zodat de beek door het broekland weer kon meanderen.
Natuur en landschap
De gemetselde spoorduiker met wandelpad is een lokale bezienswaardigheid. Op de muren vindt men tongvaren. Stroomopwaarts vindt men snelstromende beekjes, en stroomafwaarts volgt het wandelpad de heldere Hemelbeek die door het broekland stroomt. Reuzenpaardenstaart is hier een van de meest opvallende planten. Uiteindelijk bereikt men het kasteelpark waar tal van exotische bomen te vinden zijn.
Sinds omstreeks 2010 heeft de bever zich in de benedenloop van de Hemelbeek gevestigd. Door dammen ontstonden plaatselijk geïnundeerde moeraszones, wilgenstruweel en open water. Nadat de soort zijn leefgebied in 2017 naar de Poortlossing en de bovenloop van de Hemelbeek had uitgebreid, steeg het waterpeil in de Poortlossing door beverdammen met ongeveer een meter. Een groot deel van de voorheen snelstromende lossing veranderde daardoor in vrijwel stilstaand water en aanwezige kalktufbronnen werden aangetast.
Geologie
De Hemelbeek ontspringt ten noorden van de Geullebreuk en ten zuiden van de Schin op Geulbreuk op een hoogte van ongeveer 70 meter boven NAP. Op deze hoogte dagzoomt klei uit het Laagpakket van Boom dat in de bodem een ondoorlatende laag vormt, waardoor het grondwater op deze hoogte uitstroomt. De beek heeft als gevolg van het vele water een erosiedal gevormd in de Maasdalhelling.
De Hemelbeek krijgt van verschillende bronnen water, waarvan er meerdere een kalktufbron zijn.
- Geschiedenis van de beek