factograf
NL

soort uit het geslacht Pseudotsuga

Douglasspar

Douglasspar

Key facts

is eentaxon
wetenschappelijke naamPseudotsuga menziesii
taxonomische rangsoort

De douglasspar (Pseudotsuga menziesii, synoniem: Pseudotsuga taxifolia) is een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae). Ondanks de naam 'spar' is er weinig verwantschap met de echte sparren (Picea).

Beschrijving

Stam
Stam
Naalden
Naalden
Twijg
Twijg
Kegel
Kegel
Kegel van een boom gekweekt uit zaad verzameld door David Douglas
Kegel van een boom gekweekt uit zaad verzameld door David Douglas
Kegel en zaden
Kegel en zaden
6 images

De douglasspar is een 20-100 m hoge groenblijvende boom. De naalden zijn plat en lijken op die van de zilverspar. De vrouwelijke kegels hangen en hebben een kenmerkende driepoot aan de vruchtjes.

De kroon is piramidevormig. Bij oudere bomen is de kroon meer afgeplat. De bast is donkergrijs. Bij jonge bomen zitten er harsblaren op de bast. Later wordt de kleur roodbruin of purperkleurig en kurkachtig. Er komen dan diepe groeven en richels in te zitten. De takken zijn bleek of geelachtig groen en zijn met fijne haartjes bedekt.

De knoppen zijn bleekbruin en spoelvormig. Ze worden tot 7 mm lang en zijn niet harsachtig. De Douglasspar heeft buigzame, aromatische naalden van 2-3 cm lang. Aan de onderzijde zitten twee witte strepen. Ze staan apart en laten na afvallen een glad, eirond litteken achter aan de tak.

De douglasspar is vooral aan de kegels te onderscheiden. De karakteristieke kegels zijn dofbruin en rolrond. Ze zijn 5-8 cm lang en circa 2,5 cm breed. Elke dekschub heeft drie tanden die naar buiten en in de richting van de top wijzen.

Naamgeving

De douglasspar gaf botanici in de 19e eeuw problemen door de vele overeenkomsten met andere, beter bekende, coniferen in die tijd. De soort is in die tijd geclassificeerd in Pinus, Picea, Abies, Tsuga en in Sequoia.

De soortaanduiding menziesii is een eerbetoon aan Archibald Menzies, een Schotse natuuronderzoeker die als eerste Europeaan de boom op naam bracht op het Vancouvereiland in 1791.

De Nederlandse naam verwijst naar David Douglas, de Schotse tuinman die in 1823 naar Amerika werd uitgezonden door de Royal Horticultural Society. Hij introduceerde als eerste de boom bij kwekers in 1826. Douglas is bekend om zijn introducties van veel Noord-Amerikaanse coniferen in Europa.

Verspreiding

De boom komt van nature voor in het westen van Noord-Amerika. In Europa wordt de soort veel aangeplant vanwege het hout. In Amerika bereikt de boom een hoogte van 100 m (de hoogste douglasspar is de zogenaamde 'Brummitt fir' in Oregon met een hoogte van 100,3 m); in Europa wordt hij meer dan 50 m.

Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw is de boom in bosbouwpercelen aangeplant in Nederland. Hij bleek zich ook verwilderend voort te planten. Sinds het verschijnen van de Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003 wordt de boom als een ingeburgerde soort beschouwd. Volgens het "exotenpaspoort" van het Nederlands Soortenregister heeft hij de status "exoot: gevestigd".. "Gevestigd" betekent dat de soort zichzelf voortplant in (half-)natuurlijke gebieden in Nederland.

De hoogste boom van Nederland is een douglasspar uit 1911, hij is 51,10 meter hoog en staat bij Uddel in het gebied 'De Heegde' van Kroondomein Het Loo.

Variëteiten

Verspreidingsgebied ■ Pseudotsuga menziesii var. menziesii ■ Pseudotsuga menziesii var. glauca.
Verspreidingsgebied ■ Pseudotsuga menziesii var. menziesii ■ Pseudotsuga menziesii var. glauca.

De Flora of North America onderscheidt twee variëteiten: Pseudotsuga menziesii var. menziesii (in Amerika bekend als 'Coast Douglas-fir') en Pseudotsuga menziesii var. glauca (Beisn.) Franco (in Amerika bekend als 'Rocky Mountain Douglas-fir').

Gebruik

Buiten zijn oorspronkelijke omgeving, wordt de boom veel gebruikt in de bosbouw en aangeplant voor timmerhout in onder meer Europa, Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika.

Read next

In 52 languages

Text from Wikipedia, CC BY-SA 4.0 · Source article